home
s a n n e  g a a t  s o l o  - r e c e n s i e  H e t  H o o g s t e  W o o r d
Sanne voelt zich het gelukkigst als ze muziek kan maken op haar
saxofoon. Ze speelt goed. Haar muzikaliteit heeft ze van haar oma van
vaders kant. Sannes ouders zien liever dat ze meer tijd besteedt aan
school en minder aan het bandje Music from the Fridge waarin ze
speelt. Sanne staat er op school, havo 3, niet goed voor. En dat baart
haar zorgen. Ze moet minimaal havo hebben om naar het
conservatorium te kunnen.

Als ze van haar muzieklerares hoort dat er een speciale havo voor dans
en muziek in Rotterdam is, is ze meteen enthousiast. Er is echter één
probleem. Sanne woont in Groningen. Oma, Sannes steun en
toeverlaat, moedigt haar aan de sprong te wagen.

Als Sannes ouders
haar hebben horen spelen op het Winterfestival in de stad, snappen ze
dat muziek heel belangrijk is voor hun dochter. Samen met haar vader
gaat Sanne naar een open dag in Rotterdam. Ze schrijft zich in, doet
hard haar best om over te gaan en slaagt voor het toelatingsexamen.

Terwijl Sannes leven zich langzaam maar zeker verplaatst naar
Rotterdam, gebeurt er in Groningen ook genoeg. Thomas, een jongen
van het bandje, ziet Sanne wel zitten. Sanne Thomas ook, alleen weet
ze niet of dat komt doordat hij haar aardig vindt, doordat hij zo’n
goede gitarist is of doordat ze echt verliefd is.

Tika, haar beste vriendin, geeft haar bruikbare tips. De gevoelige, filosofische Sanne is op het gebied van mode en jongens minder handig dan Tika. Af en toe is Sanne zo vol van haar eigen leven dat ze vergeet dat Tika het ook moeilijk heeft. Tika’s ouders liggen continu met elkaar overhoop.

De relatie met Thomas wordt steeds ingewikkelder. Sanne baalt als ze
niets van hem hoort, maar als ze hem te vaak ziet, wordt ze ook
onrustig. Ze is eruit wanneer ze Hakim leert kennen op haar nieuwe
school. Thomas en zij passen niet bij elkaar. Voor de lezer komt dit
inzicht misschien wat snel, maar zo kan dat gaan bij tienermeisjes.

Hoe Hakim reageert op een kus van Sanne op zijn wang is wat vreemd. Hij is normaal behoorlijk direct. Waarom gaat hij niet in op Sannes
toenadering en waarom praat hij niet met haar over wat hem daarvan
weerhoudt?

Iris Boter schrijft nauwkeurig. Gaandeweg het verhaal merkt de lezer
dat oma zwakker wordt. Dat de liefde tussen Thomas en Sanne niet
van twee kanten komt, wordt ook al snel duidelijk. Hier en daar maakt
ze een klein foutje. Op pagina 6 vertelt Sanne dat ze altijd zelf water
meeneemt naar de oefenruimte, de koelcel. Serviesgoed gebruiken
staat gelijk aan Russisch roulette, zo zegt ze. Maar een bladzijde verder
neem ze een glas versgezette thee van Thomas aan. Af en toe wordt
Sanne te pietluttig in alles wat ze vertelt. Wat doet het ertoe dat ze
alleen in het weekend een toetje krijgt, dat Thomas  moeder de thee te
slap zet en dat Marianne uit haar gastgezin juist te sterke thee maakt.

Ook op andere momenten verliest Boter zich in te veel details. Zo
merkt Tika op dat de vakantie nog 328 uur duurt, ‘ze is altijd al goed in
rekenen geweest’.

Ook hoe Tika M&M’s eet, wordt stap voor stap verteld. Sannes oma
wordt vanuit de kerk begraven. Maar nergens in het boek staat wat
geloof met de personages doet. Dat is jammer. Want er zijn in dit boek
mogelijkheden genoeg om het geloof een natuurlijk plekje te geven. In
de relatie tussen oma en Sanne bijvoorbeeld. Die band tussen
verschillende generaties is mooi gevonden en schitterend uitgediept.

Oma en Sanne hebben filosofische gesprekken. Muziek is de blikopener
van de ziel, leert oma haar. ‘Iedereen heeft twijfels, angsten, vreugde,
verdriet. Dáár gaat muziek over. Je bent niet alleen.  Ook in latere
gesprekken blijft troost steken bij mooie muziek. Oma omschrijft die
troost als volgt: ‘Alsof iemand me helemaal van binnenuit begrijpt en
omhelst’.

De scène in de kerk is niet uitgediept. Sanne is een meisje dat overal
over nadenkt en vertelt wat dingen met haar doen. Maar bij de
uitvaartdienst wordt alleen gemeld dat er Psalmen gezongen worden,
er een Bijbelgedeelte gelezen en een gebed gebeden wordt. Over wat
dat met Sanne doet, staat geen woord. Dat maakt het boek ook een
tikkeltje triest.

Sannes heimwee in Rotterdam had een ander perspectief gekregen als God een plek had gekregen in Sannes leven of in het leven van de gastgezinleden. Hetzelfde geldt als Sanne stopt met haar studie. Als ze de keuze voor Rotterdam als leiding had ervaren, was haar worsteling heel anders geweest. Ook de begrafenis had vragen kunnen oproepen bij Sanne. Waarom gaan mensen dood? Is de dood het einde? Waarom wil oma, die het nooit over God had, vanuit een kerk begraven worden? Maar Sanne heeft die vragen niet. Ze is eruit. Muziek is voor haar belangrijk. En dat geeft het boek een onbevredigend einde.

Iris Boter brengt het leven van een tienermeisje schitterend onder woorden. Het is haar goed gelukt in de huid te kruipen van Sanne.
Vooral als ze Sannes gevoelens en onzekerheden over Thomas
verwoordt. Ze laat Sanne soms heerlijk overdrijven. Ze vertelt
bijvoorbeeld dat Tika al driehonderd jaar verliefd is op Thijs en dat Tika
alles mag en nooit iets zelf hoeft te betalen. Haar eigen ouders zijn zo
onmuzikaal, die hebben maar twee cd’s in de kast staan. En Sanne wil
zo graag naar Rotterdam dat ze het hele schoolplein met een
tandenborstel schoon zou willen schrobben als ze daarna mocht gaan.
Lange en kortere zinnen wisselen elkaar af. Dat leest plezierig.

Boter heeft een mooie manier om dingen impliciet te zeggen. Opa zet
zoveel thee dat ze minstens twee koppen thee moet blijven. Dus opa
zal het wel waarderen dat ze komt, ook al zegt hij dat niet. Door Sanne
tijdens een telefoongesprek met haar vader te laten vragen wat
iedereen thuis doet en wat ze eten, wordt duidelijk dat Sanne
Groningen erg mist.

Soms gebruikt Boter grappige zinnen. Bijvoorbeeld: ‘Achter de schuur
staan een paar koeien met hun staart te zwaaien. Ik zwaai terug.’
Sommige zinnen zijn mooi poëtisch. ‘Er zit een huilbui in mijn
binnenste’, zo beschrijft Sanne haar heimwee. En als ze Tika zwaaiend
ziet wegrijden in de trein op weg naar huis denkt ze: alle lol die we
gehad hebben, is het perron afgezwaaid. Als ze in de tram hoort dat
het slecht met oma gaat, is het alsof de tram vacuüm wordt gezogen
en ze geen lucht meer krijgt.

Iris Boter illustreerde haar eigen omslag. Dat heeft ze knap gedaan.
Ook de titelkeuze van het boek is briljant. Zowel de titel als de
illustratie geven precies aan waar het verhaal over gaat: een eigentijds
meisje dat opgaat in muziek. Dat niet alleen in de muziek, maar ook in
haar leventje even solo (op kamers) gaat.

Om haar nek hangt het hangertje dat ze van haar muzikale oma kreeg
en dat het heden met het muzikale verleden verbindt. Veel seculiere
uitgevers drukken op de omslag van een meisjesboek een foto van een
meisje af. Boters keus laat veel meer over aan het inlevingsvermogen
en de verbeelding van de lezer.
home